Acute aspecifieke lage rugklachten

Acute fase
Lage rugklachten komen veel voor. De meeste mensen hebben er wel eens last van. Sommigen krijgen het maar één keer, bij anderen komt het geregeld terug. Bij lage rugklachten gaat het meestal om ‘gewone (‘in medische taal ‘aspecifieke’) lage rugpijn.

Wat is aspecifieke lage rugklachten?
De pijn zit onder in de rug, in het gebied tussen de onderste ribben en de billen. Soms straalt de pijn uit naar de billen of naar een of beide bovenbenen. Aspecifieke lage rugklachten kan plotseling ontstaan (‘erin schieten’) of geleidelijk, en kan hevig of zeurend zijn. Vooral bewegen, maar ook staan of zitten kan flink pijn doen. Mensen met aspecifieke lage rugklachten bewegen daarom hun rug zo min mogelijk. Soms kunnen ze hun rug niet eens bewegen. Van een stoel opstaan of uit bed komen, is dan al een hele toer.
Aspecifieke lage rugklachten wil zeggen dat er geen aanwijzingen zijn voor een beknelde zenuw (hernia), ziekte, of beschadiging. Mocht u direct – zonder verwijzing van een huisarts – bij een fysiotherapeut of oefentherapeut hulp hebben gezocht, verwijzen zij u naar de huisarts als die aanwijzingen er wel zijn.
Aspecifieke lage rugklachten wordt ook wel ‘spit’ of ‘lumbago’ genoemd.

Waardoor komt het?
Waar aspecifieke lage rugklachten precies vandaan komt, en wat de oorzaak is, is vaak
lastig aan te geven. Het ontstaat waarschijnlijk door overbelasting van de rug (vooral van wervelkolom en spieren): door te vlug, te zwaar, te langdurig of te vaak te tillen, door te vaak of te langdurig voor de rug belastende bewegingen te maken of houding aan te nemen. Het kan zijn dat meerdere oorzaken tegelijk een rol spelen. Mensen spannen hun rugspieren ook vaak aan zonder dat ze het in de gaten hebben. Bijvoorbeeld bij een slechte lichamelijke conditie, bij veel autorijden of door spanningen. De pijn betekent niet dat er een ziekte is of dat er blijvende schade is ontstaan.

Kan aspecifieke lage rugklachten weer overgaan?
Meestal gaat aspecifieke lage rugklachten vanzelf weer over. Bij sommige mensen is de pijn binnen enkele dagen over, bij anderen duurt het enkele weken, bij de meeste mensen is de rugpijn na één of twee maanden verdwenen.

Röntgenfoto of scan?
Bij gewone lage rugklachten levert röntgenonderzoek of scan geen bruikbare informatie op. Ze kunnen juist verwarring geven omdat eventuele afwijkingen op de foto (die ook bij mensen zonder rugpijn kunnen voorkomen) onterecht als oorzaak van de pijn worden gezien.

Wat is er aan te doen?
Een wondermiddel tegen aspecifieke lage rugklachten bestaat niet. De beste behandeling is het natuurlijke genezingsproces.
Probeer daarom te blijven bewegen en uw dagelijkse bezigheden voort te zetten, ook al
heeft u pijn. Dan bent u het snelst van uw klachten af. Het lijkt soms onlogisch, maar
beweging is de beste manier om ervoor te zorgen dat uw rug weer normaal gaat
functioneren. Pijn in de rug bij bewegen betekent niet dat bewegen schadelijk is. Onderzoek heeft aangetoond dat niét bewegen of het vermijden van bewegingen uw rug meer kwaad doet dan goed. Probeer bedrust daarom zoveel mogelijk te beperken. Als bewegen niet lukt, kunt u een of twee dagen rust nemen. U kunt dan het beste op uw rug liggen met een paar kussens onder uw knieën, of op uw zij met half opgetrokken benen. Warmte (bijvoorbeeld een kruik) op de pijnlijke plek wordt vaak prettig gevonden. Om de paar uren probeert u dan in beweging te komen. Om weer op te komen gaat u eerst op uw zij liggen. Steek dan uw benen over de rand van het bed of de bank en druk uzelf met beide armen omhoog. Om te gaan liggen doet u hetzelfde in omgekeerde richting.
Blijf niet de hele dag liggen, want dan verzwakken uw spieren. Het is dan extra moeilijk om weer in beweging te komen.
Probeer uw dagelijkse activiteiten zo snel mogelijk weer op te pakken. Het is niet nodig om te wachten tot alle pijn is verdwenen. Als u dat niet goed lukt, kan de huisarts, fysiotherapeut of oefentherapeut u nuttige en praktische aanwijzingen geven en eventueel samen met u een stappenplan maken, en u hierbij zo nodig begeleiden.

Medicijnen, oefentherapie en manuele therapie
Medicijnen, en oefentherapie of manuele therapie (manipulatie van de wervelkolom), al
meteen in de eerste weken na het begin van de rugklachten, kunnen het herstel niet
versnellen. Pijnstillers helpen wel om te blijven bewegen. Als u pijnstillers voor de rugpijn gebruikt, kunt u die het beste op vaste tijden innemen, ook al heeft u op dat moment even geen pijn. Probeer dit eerst gedurende een paar dagen. Als dit al enige tijd heeft geholpen, kijk dan of u geleidelijk aan weer zonder pijnstillers kunt. Gebruik bij voorkeur paracetamol.
Als dat niet helpt zijn er andere middelen, zoals ibuprofen of diclofenac. Deze laatste twee pijnstillers kunnen bijwerkingen hebben, zoals maagpijn en misselijkheid. Als u na ongeveer 3 weken na het begin van de rugklachten onvoldoende hersteld bent, kunt u baat hebben bij oefentherapie of manuele therapie.

Hoe verder?
Aspecifieke lage rugklachten gaat meestal vanzelf over. De ergste pijn verdwijnt vaak binnen één tot twee weken. Zelfs hardnekkige rugklachten genezen over het algemeen binnen zes tot twaalf weken. Gebruik pijnstillers niet langer dan 12 weken. Wel kunnen de klachten soms weer verergeren of terugkomen. Als u de volgende adviezen opvolgt, kunt u daarmee helpen voorkomen:
– Lang achter elkaar in dezelfde houding staan of zitten kunt u beter vermijden.
– Snel bukken of iets zwaars optillen kunt u ook beter vermijden.
– Draaien met de onderrug kunt u ook beter vermijden. Raap niet zittend iets van de
grond op dat achter u ligt, maar sta op en buig door uw knieën.
– Let op een goede houding. Loop en zit zoveel mogelijk rechtop. Neem een (hoge)
stoel die uw rug steunt.
– Zorg voor een goede conditie. Regelmatig wandelen, zwemmen of fietsen is heel goed
om uw rug in vorm te houden. Bij een goede conditie hoort ook ontspanning; te veel of
te langdurige stress zorgt vaak voor een slechte conditie en gespannen houding en dit
vergroot de kans op rugpijn.

Als de klachten terug blijven komen, kunt u nog meer doen om dit te veranderen.
Hebben uw klachten te maken met uw werk of gevolgen voor uw werk?
Zijn er aanpassingen mogelijk om het werk makkelijker te maken, met minder belasting van uw  rug? Bijvoorbeeld door de inrichting van uw werkplek te veranderen (aanpassing van de  hoogte van uw stoel, tafel of computer), door gebruik te maken van hulpmiddelen of door een andere taakverdeling? Bespreek dit ook met uw leidinggevende of bedrijfsarts.
Sommige mensen hebben vooral last van rugklachten als ze onder spanning staan. Als u dit herkent, helpt het misschien als u leert beter met (oorzaken van) stress om te gaan. U kunt bijvoorbeeld leren uw tijd beter in te delen, problemen en conflicten tijdig op te lossen.
Misschien moet u uw houding naar of omgang met anderen veranderen. Er zijn cursussen die u hierin ondersteunen; ook een (eerstelijns)psycholoog kan u daarbij helpen.

Wanneer hulp zoeken?
Neem contact op met uw huisarts:
– als het niet beter maar juist slechter gaat
– als de pijn uitstraalt naar uw been en tot onder uw knie voelbaar is;
– als u lage rugklachten heeft en daarbij een tintelend, branderig of doof gevoel in één van uw voeten of benen;
– als u lage rugklachten heeft en daarbij in één been minder kracht heeft;
– als u lage rugklachten heeft en u krijgt problemen met plassen, zoals plotseling niet meer kunnen plassen of plotseling de plas niet meer kunnen ophouden;
– als bewegen na 3 weken nog onvoldoende lukt;
– als u zich zorgen maakt over uw rugklachten of over andere bijkomende verschijnselen dan bovenstaande.